
Een project waar mensen hun 'stem' laten horen. Hun 'stem' die een wereld van verschil kan maken!
1. Inleiding
Naar aanleiding van de studiedag ‘Aanloophuizen Oost -Vlaanderen’ en de bijhorende film, ontstond bij een aantal bezoekers van het aanloophuis een verlangen om te werken met zijn of haar levensverhaal. Een levensverhaal dat vaak gekenmerkt wordt door psychosociale problemen. Omwille van deze problematiek hebben velen een verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis achter de rug. Deze ingrijpende gebeurtenissen blijven je je hele leven achtervolgen. Niet alleen bij jezelf, maar ook de buitenwereld blijft je hierop aankijken.
2. Start
In het voorjaar van 2008 gingen we effectief aan de slag met deze ideeën. Via bijeenkomsten gingen we deze bundelen. Tijdens deze bijeenkomsten kwamen verschillende thema’s aan bod. Zo wordt er opgemerkt dat er heel weinig begrip is voor de situatie waarin mensen met psychosociale problemen zich bevinden. Veel mensen begrijpen niet wat men meemaakt. Psychiatrische problemen zijn een vaak onbegrepen aandoening. Het is een beperking waar je heel je leven mee zit.
Ook mensen met psychiatrische problematiek willen erbij horen, actief deel uitmaken van de reguliere maatschappij. Via de werkgroep willen we meewerken aan het doorbreken van het taboe dat rond psychiatrie hangt. We willen een positieve boodschap uitstralen en laten zien dat het etiket ‘psychiatrische patiënt’ niet noodzakelijk negatief is. Daarnaast willen we de mensen overtuigen dat we ook mensen zijn met gevoelens en gedachten en vooral krachten en kwaliteiten. Uiteindelijk zijn wij mens net als alle andere mensen. We verwijzen hierbij naar het kwartiermakers principe in Nederland. Men gaat er van uit dat de maatschappij ruimte en mogelijkheden moet bieden voor mensen met psychiatrische problematiek. Ruimte aangepast aan hun noden en verlangens. Hier ziet men de duidelijke beweging dat mensen met psychiatrische problematiek zich niet rechtstreeks aanpassen aan de maatschappij, maar dat de maatschappij plaats maakt voor hen.
Ten slotte willen we ook als tolk fungeren voor mensen die door beperkingen minder goed kunnen communiceren. Ook zij moeten hun ‘stem' kunnen laten horen. Hier is het noodzakelijk om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om een verhaal te brengen. We denken hier bijvoorbeeld aan het laten voorlezen van een levensverhaal door anderen of video – opname.
3. Doelstelling
Door deze werkgroep op te richten willen we kijken hoe we de kloof kunnen dichten tussen psychiatrie en de maatschappij door meer kennis bij te brengen bij de mensen. Dit zouden we doen door ons verhaal te brengen in scholen en organisaties. Daarnaast willen we ook zelf in het reine komen met ons eigen verhaal en aantonen dat er wel degelijk veel aan het gebeuren is in ons hoofd. Ondanks deze problemen hebben we vele positieve kwaliteiten en deze willen we uitstralen.
Door levensverhalen te brengen en hoe wij alles zelf persoonlijk en emotioneel beleefd hebben, kunnen professionele hulpverleners leren begrijpen van ‘binnen-uit’. Dat is natuurlijk een heel ander perspectief dan wat in de wetenschappelijke boeken bestudeerd en beschreven staat.
4. Methodiek
Ons project onderscheidt zich van andere projecten omdat dit een project is van en door bezoekers van de geestelijke gezondheidszorg. Mensen die hun leven weer in eigen handen nemen. Het is een aangrijpend project met veel emoties. Hopelijk is het deels een genezingsproces dat verder kan afgesloten worden. Daarnaast kunnen we een potentiële inspiratiebron vormen voor andere personen. Doorheen deze (h)erkenning en de kracht die blijkt uit het verhaal van mensen, kunnen deze dus mogelijks fungeren als rolmodel. Het blijft echter uiterst belangrijk dat we een goede ondersteuning krijgen bij het vertellen van ons verhaal. Hiervoor kunnen begeleiders ons helpen ons verhaal af te bakenen en te beschermen. Een ervaringsdeskundige en iemand met een professionele opleiding kunnen een mooi complementair team vormen. De persoon met professionele expertise vervult dan de rol als ‘compagnon de route’.
5.Toekomstperspectieven
We bezochten al verschillende initiatieven die met deze materie aan het werk zijn. Dit zowel in binnenland (ervaringsdeskundigheid in de armoede ‘De Link’, Vzw Uilenspiegel,…) als in het buitenland (opleiding ervaringsdeskundige in de GGZ ‘Trimbos instituut’, Landelijke Denktank Overleg en Organisatie Ervaringsdeskundigheid Nederland, Studiedag BGE). Via deze en toekomstige uitwisselingen willen we onze visie en methodiek ontwikkelen.
Het staat voor ons vast dat deze methodiekontwikkeling van essentieel belang is. Methodiek en opleiding zijn een noodzakelijke voorwaarde voor het slagen van ons opzet. Vooraleer effectieve voorstellingen kunnen georganiseerd worden, dient een adequate voorbereiding vooraf te gaan. Een opleiding kan ons aangeboden worden o.a. de beweging HEE (Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid) in Nederland en Leerpunt (opleiding communicatie) te België.
Op 19 mei 2009 hebben we een informatieavond georganiseerd om andere geïnteresseerden uit te nodigen deel te nemen aan onze werkgroep. In het najaar willen we van start gaan met de voorstellingen voor groepen en scholen.
6. Theoretische ondersteuning
In de literatuur zijn er heel wat theorieën te vinden rond stigmatisering. Een stigma ontstaat wanneer het etiket, hier van ‘psychiatrische patiënt’ zodanig gaat functioneren dat de persoon ermee samenvalt. Bijgevolg kan deze persoon zich niet meer los van dit etiket gaan ontplooien (Van Hove & Roets, 2006). Dit beperkt de mogelijkheden om zich als volwaardige burger in de samenleving te ontwikkelen. Eén van de manieren om destigmatiserend te werken is om andere rollen dan die van ‘psychiatrisch patiënt’ aan te nemen (Kristiansen, 2005; Mowbray & Moxley, 1998; Solomon, 2004). Door te werken aan je verhaal en dit naar voren te brengen op een voordracht, worden ze een stukje ‘ervaringsdeler’, ‘spreker’,... en worden ze aldus nieuwe sociale rollen toegeschreven.
Daarnaast is het ook van belang om meer kennis bij te brengen over psychiatrie. Er is immers ook een positieve kant, naast de negatieve beeldvorming die voornamelijk door de media wordt verspreidt. Deze kennis zorgt op zijn beurt voor meer begrip en het doorbreken van taboe, als deze kennis tenminste opgebouwd wordt samen met mensen die er ooit psychisch onderuit gingen in plaats van over deze mensen (Wilson & Beresford, 2002). “We are refusing to remain voiceless and powerless. We are not longer willing to let others speak for us, whether the experts are psychiatrists, lawyers, relatives or politicians.(…) Our expertise comes from out activist lives” (Chamberlin, 1998, p 408). Vervolgens leidt contact tussen bezoekers van de GGZ en de maatschappij tot meer kennis, die stigma vermindert en sociale integratie bevordert (Corrigan et al., 2001; Van ’t Veer et al., 2005). Opmerkelijk is ook dat mensen met psychische problemen doorheen hun verhalen verassend veel signalen geven van weerstand en veerkracht (Roets et al., 2007).
7. Besluit
Ons project is niet alleen voor de bezoekers van de geestelijke gezondheidszorg die eraan meewerken, maar voor alle bezoekers van de geestelijke gezondheidszorg van belang. We vinden immers dat onze ‘lost voices’ opnieuw mogen gehoord worden in een positief daglicht. “Wij zijn ook meer dan mensen met psychische problemen. We hebben ook capaciteiten, talenten en mogelijkheden” (uitspraak medewerker). We hopen op jullie steun te mogen rekenen om dit project mogelijk te maken.
8. Contact
Contactpersoon: Van den Steen Jochen Werking: Aanloophuis Poco Loco Adres: Lange Violettestraat 209 9000 Gent
E-mail:
Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken
Telefonisch: 09/324.35.26 Gsm: 0478/88.04.84
9. Bibliografie
Chamberlin, J. (1998). Speaking Out. Citizenship Rights and Psychiatric Disability. Psychiatric Rehabilitation Journal, 2, 4, 405-408.
Corrigan, P., W., Green, A., Lundin, R., Kubiak, M., & Penn, D.L. ( 2001). Familiarity with and social distance from people who have serious mental illness. Psychiatric Services, 52, 953-958.
Kristiansen, K. (2005). Madness, Badness, and Sadness: Ontology control in ‘mental health land’. In K. Kristiansen & R. Traustaddottir (Eds.), Gender and Disability Research in the Nordic countries (pp. 365-393). Lund: Studentlitteratur. Mowbray, C.T., & Moxley, D.P. (1998). Consumers as mental health providers: first-person accounts of benefits and limitations. Journal of Behavioral Health Services & Research, 25(4), 397-411.
Roets, G., Van Hove, G., Vanderplasschen, W., & de Maagd, M. (2007). Exploratie van succesverhalen van mensen met psychische problemen met betaald werk. Op zoek naar krijtlijnen van recovery-georiënteerde trajectbegeleiding. Orthopedagogische reeks, 28. Gent: vzw OOBC.
Solomon, P. (2004). Peer support/Peer provided services underlying processes, benefits and critical ingredients. Psychiatric Rehabilitation Journal, 27(4), 392-401. Van Hove, G., & Roets, G. (2006). Label als handicap?, cursus orthopedagogiek van bijzondere groepen, onderdeel disability studies, 3de bachelor pedagogische wetenschappen, 1-17.
Van’t Veer, J.T.B., Kraan, H.F., Drossaert, C.H.C., & Modde, J.M. (2005). Destigmatisering door deconcentratie? Een Nederlands bevolkingsonderzoek naar het stigma van psychiatrische patiënten. Tijdschrift voor psychiatrie, 47 (10), 659-669.
Wilson, A., & Beresford, P. (2002). Madness, Distress and Postmodernity: Putting the record straight. 143-158, in: Corker, M., Shakespeare, T. (Eds.) Disability/Postmodernity. Embodying Disability Theory. London/New York: Continuum.
|